Time is on my side. Jan Fabre, Nachtboek 1985-1991

Verschenen in: Literatuurdragers
Auteur: Kim Gorus
Jan Fabre, Nachtboek 1985-1991, De Bezige Bij, Amsterdam, 2014.
Download deze tekst in pdf:


Jan Fabres Nachtboek 1985-1991 (2014) is het tweede gepubliceerde deel uit een chronologische reeks van vier boeken die in hun geheel bijna dertig jaar (1978-2005) uit het leven van de kunstenaar omspannen. De nachtelijke dagboeken vormen een weergave van korte gedachten, verlangens, onzekerheden en ambities van de van slaap verstoken kunstenaar. De nacht doet dienst als ‘taboeloze ruimte’ waarin vrijuit getekend, gedacht, gedroomd kan worden. Met een enorme regelmaat, vrijwel dagelijks, schrijft Fabre zijn ideeën neer. Nachtboek 1985-1991 gaat voort op hetzelfde elan van Fabres eerst verschenen Nachtboek 1978-1984. We krijgen het beeld voorgeschoteld van een slapeloze, bezeten man die voortdurend de grenzen opzoekt van de artistieke creatie en het eigen lichaam. Het tweede deel, dat start met de opvoering van De macht der theaterlijke dwaasheden, toont Fabres internationale doorbraak als theatermaker.

 

Dansen met de polsen

Het theater, zo leert Nachtboek 1978-1984 ons, is aanvankelijk een koele minnaar van Fabre. Hij start als decorbouwer voor Paul Koeck en werkt daarna samen met het Nieuw Vlaams Theater van Will Beckers, volgens Fabre op dat moment het ‘enige theater in Vlaanderen dat artistieke risico’s neemt’.

Al snel loopt hij tegen de grenzen aan van de theaterhuizen die veeleer op bestelling lijken te werken: ‘Het probleem in België is dat er geen koppige theaterkunstenaars bestaan die uit noodzaak creëren. Er zijn alleen beschikbare regisseurs die in te huren zijn.’

Ook de acteurs zijn gespeend van verbeelding en passie. Het liefst zou hij ze vervangen door dieren of door kopieën van zichzelf: ‘Ik zou willen dat ik mezelf kon vermenigvuldigen. Dan zou ik in de lichamen van de acteurs kruipen. Hun lichamen dragen als een kostuum.’


Het vervolg van deze tekst lees je in bijgevoegde pdf.