DW B 1997 1: Interieur

Voorwoord
Interieur

Niets is zo alledaags als het interieur. Iedereen denkt te weten wat het is en waar het voor staat. Maar is het interieur niet het meest verborgen en geheime deel van de gebouwde ruimte? Of is dat maar schijn? De negentiende eeuw toont een steeds grotere publieke bemoeienis met het private interieur, en tegelijk wordt de publieke ruimte deels geïnterioriseerd in passages en overdekte winkelstraten. In de twintigste eeuw versterkt die tendens tot interiorisering van het publieke zich, terwijl het huis door grote glaspartijen wordt opengebroken. Een architect als Rem Koolhaas laat de grenzen tussen publiek en privé, buiten en binnen, bewust vervloeien. Maar in die draaikolk van vernieuwingen blijft het banale, onooglijke interieur zijn rol spelen als een levensbelangrijke prothese bij het leren omgaan van het lichaam met de tijd en de wereld. Essays en verhalen over ‘interieur’ kunnen in feite alleen demonstreren hoe veelkantig en ongrijpbaar dit woord wel is.

In deze editie