KRITIEKEN. Over Ilja Leonard Pfeijffer, Hannah Roels, A.F.Th. van der Heijden, Ester Naomi Perquin, Roderik Six en Arnon Grunberg

Lees nu online: 

'Ilja Leonard Pfeijffer is de jongleur die erin slaagt alle bijlen – ja bijlen, want er staat iets op het spel – voortdurend in de lucht te houden. Hij doet dat met veel branie en kennelijk moeiteloos', schrijft Lars Bernaerts. En dat is in Brieven uit Genua niet anders.

Ester Naomi Perquin is misschien wel tot dusverre de gelukkigste Nederlandse keuze voor de Dichter des Vaderlands, aldus Jeroen Dera. In 'De afwezigheid van het onvoldragen gedicht' bespreekt hij haar meest recente bundel  Meervoudig afwezig.

Hugo Bousset liet zich bekoren door Het portret van Hannah Roels. Dit pas verschenen debuut komt qua thematiek én niveau in de buurt van het meesterwerk van Patricia de Martelaere, De schilder en zijn model (1989), en van het onderschatte Een sierlijke duik (1993) van Marie Kessels.

'Als we de verteller van de requiemroman Tonio (2011) op zijn woord mogen geloven, was A.F.Th. van der Heijden in volle voorbereiding van Kwaadschiks (deel zes van zijn breed uitgesponnen cyclus De tandeloze tijd) toen het veelbesproken noodlot zijn pad kruiste en in één genadeloos vlotte beweging zijn leven en werk in tweeën brak: een periode voor en een periode na de dood van zijn zoon en muze Tonio,' schrijft Daan Borloo in zijn bespreking van Kwaadschiks.

'Met Val heeft Roderik Six, na zijn debuut Vloed (2012), opnieuw een dijk van een boek geschreven. Geen zondvloed deze keer, maar wel een onophoudend vallen teistert de personages.' Kim Gorus bespreekt de helletocht van duivelskunstenaar Six.    

En Jonge wolven Jeroen Dera en Roel Smeets wisselen enkele overwegingen uit bij Arnon Grunbergs Moedervlekken. 'Doen we Grunberg inderdaad tekort als we zijn romans reduceren tot het wereldbeeld dat zij uitdragen, zoals veelal gebeurt in de literaire kritiek?'