Drakentanden, zieltjes-zonder-zorg, fijnproevers en worst

Stad: Stellenbosch
Verschenen in: Land Art

Prelude. 

Drakentanden – Andante narrante 

 

‘Daar’s ’n dorpie wat ik ken daar tussen die blou berge / En die lower van die eike oor die straat.’ In deze eerste woorden van een liedje door de bekende liedjesdichter Koos Kombuis ligt al een vermoeden besloten van de parochiale sfeer van blank Stellenbosch. In licht ironische, autobiografische trant wordt het studentenleven in Stellenbosch vervolgens voorgesteld als een periode van feesten en vrijen, ‘die hele lewe was ’n bring en braai’. (Het hele leven bestond uit samenzijn en barbecueën.) Vergeleken bij de politiek gemobiliseerde geest die indertijd op de Universiteit van Kaapstad heerste, schetst dit liedje een kinderlijk en naïef plaatje dat met kleine varianten vier decennia later nog steeds van toepassing is op Stellenbosch. Daarbij wordt het dorp, al staat de oudste Universiteit van Zuid-Afrika er, door veel bewoners en bezoekers hoofdzakelijk geassocieerd met wijn, lekker eten en Kaap-Hollandse gevels. Door de schilderachtige en relatief geïsoleerde ligging (sommigen zeggen dat het een voorstad is van Oranjezicht) is het echter een dorp dat uitstekend inzicht biedt in het historische ontwikkelingstraject van de mensensoort die zichzelf hier in de zeventiende eeuw aan de zuidpunt van Afrika als het Licht van het Zuiden presenteerde, uitgerust met Bijbel, paard, plannen en geweer. En dat om zichzelf vervolgens, in de persoon van de zestienjarige raaskallende Hendrik Biebouw, met twijfelachtige overmoed en ondanks de Nederlandse koloniale overheid, op een zuipzuchtige weekendavond in maart 1707, voor het allereerst bij de Kompanjiesmeul in Stellenbosch tot ‘Afrikaander’ te verklaren. (Giliomee, 2003, 22).

        Onder verschillende ideologische formaties heeft zich, door de eeuwen heen, de metamorfose van deze ‘Afrikaander’ voltrokken: van nederzetter tot achtereenvolgens vrijburger, slavenhouder, dorpstichter, volksmoeder, theologische kweekschooldocent, universiteitsoprichter, Christelijk-Nationale broederbondprofessor, koorleider, eerste minister, dichter, Sanlam- en volksbankdirecteur, Krygskor-ingenieur, legeraalmoezenier, taalvoorvechter in de laatste loopgraaf en uiteindelijk corporatieve Big Man van het globale neoliberale financiële kapitalisme. De jongere generatie die in Stellenbosch studeert, waarvan een groot percentage heeft gekozen voor economie en handelswetenschappen, houdt tot vandaag de dag de lawaaierig-feestende Biebouwtraditie in stand. En inderdaad, je hoeft ook niet slechts de ideologische formaties te ondervragen om te proberen de metamorfoses van deze Afrikaner te begrijpen. Je kunt ook de materieelste van alle culturen raadplegen, de culinaire cultuur, om inzicht te verwerven in zijn opkomst, heerschappij en ondergang.

Het vervolg lees je in de papieren versie van DW B 2014 1.